Home Hoekkerk St. Concordia Bouwgeschiedenis    

Hoekkerk St. Concordia (gebouwd van 1660 tot 1662)

Bouwgeschiedenis

„HERE, ik houd zoveel van Uw huis, de plaats waar U Zelf immers woont!”
                                                                                                    (Psalmen 26, 8)

Na de festiviteiten rond de weiding van de bouwplaats en de contracten met de metselaars en timmerlieden uit Goth en Tabarz, begonnen op 23 maart 1660 de voorbereidingen: Grundriss/Ground PlanHet aanleggen van een toegangsweg naar de bouwplaats, daar het heropenen van een steengroeve om te konen aan muurstenen uit Ruhlaher Kristallin. De bouw van een kalkoven om het Kittelsthaler kalksteen te branden. Het maken van een bouwput voor het fundament door werkers die in leendienst waren.

Kort daarop kon al met de eigenlijke bouw begonnen worden. Ongeveer 25 arbeiders waren aan het werk. Een klok regelde de werktijd: Om 4 uur in de ochtend begon het werk, van 7 tot 8 uur het ontbijt. Van 11 uur tot klokslag half één, middagschaft en om 6 uur begon de vrije avond. Op de "Gickstein" beneden de kerk waren onderkomens ingericht voor de arbeiders van buitenaf.
De door de gemeente gekozen bouwopzichters waren: Julius Brach, Stoffel Malsch, Jacob Wagner en Servir Schafft. De eerste hield de bouwberekening bij, die van dag tot dag over de werknemers, de werkzaamheden, de neveninspanningen, het materiaal, de verfrissingen enz uitsluitsel gaf en geven kon.

De onverstoorde en planmatig verlopende bouw - voorlopig zonder toren- duurde anderhalf jaar en kostte 4174 Gulden die bijna in zijn geheel door de gemeente opgebracht werd. Een door Hertog Wilhelm georganiseerde collecte in de buurlanden bracht 92 Thaler, 16 Groschen en 6 Pfennig op. Het bouwhout uit de houtvesterij van Oeckershäusen, de preekstoel en het orgel werd door de Hertog geschonken.

Vanaf dat de grondvorm klaar was in mei 1661, tot de afbouw had men nog vier maanden werk. Tenslotte werd de losstaande klokkenstoel opgericht en het orgel geplaatst. Op 25 september 1661 werd de kerk, in aanwezigheid van de Hertog en zijn vier zoons, de hofhouding, de algemeen kerkelijk preses, de preses van het kerkelijk district en de priesters van de omliggende gemeenten feestelijk ingewijd.

Met de eerste, in de nieuwe kerk, gelezen bijbeltekst sprak men de waardering uit over de onvermoeibare betrokkenheid van de gemeente bij de bouw van hun Kerk:
"Voorwaar, ik zal aan mijn ogen geen slaap gunnen, noch sluimering aan mijn oogleden , totdat ik voor de HERE een plaats gevonden heb een woning voor de machtige Jakobs. Zie wij hebben van haar gehoord in Efratha, we hebben haar gevonden in de velden van het bos" (Psalm 132, 4-6).
De bemoeienissen en vooral de financiële offers van de ongeveer 900 zielen tellende gemeente verdienen alle lof. De nieuwe kerk werd "St. Concordia" genoemd , want ze werd gebouwd om "de tussen de kerk gemeenten ontstane onaangenaamheden bij te sturen."

Een tempel van eendracht, een veilige haven en een bron van vrede moest ze worden. Als eerste predikant werd Gabriel Treiber benoemd., 31 jaar oud en tot nu toe als medewerker verbonden aan de Stadskerk van Weimar.
Tijdens de resterende weken van het jaar 1661 en in 1662 werden de nog noodzakelijke werkzaamheden aan de kerk voortgezet en afgemaakt. In het bijzonder, de Prinsenzetel (tegenover het altaar) werd afgemaakt en de toren werd gebouwd. Op 15 november 1662 kon de torenspits geplaatst worden. Predikant Treiber plaatste hierin een oorkonde met de geschiedenis en de aantekeningen over de bouw van de kerk, die hiermee na bijna 32 maanden beëindigd was. Tegelijkertijd met de kerk ontstond de klokkentoren en de pastorie (later vernieuwd) en het schoolgebouw (als historisch vakwerkgebouw bewaard gebleven tegenover de pastorie).


Vertaling: H. Pot-Luiken. Hartelijk dank!

 

Next